Welk verwarmingssysteem moet ik kiezen?

Het verwarmingssysteem moet alle warmteverliezen dekken, zowel door transmissie als door ventilatie. Er kan bij verwarmingssystemen onderscheid worden gemaakt tussen drie hoofdtypen:

Straalverwarming

Bij straalverwarming wordt warmte afgegeven aan oppervlakken en objecten zonder de lucht onderweg op te warmen. Oppervlakken worden verwarmd en warmen op hun beurt de lucht in de ruimte op. Mensen ervaren de directe bijdrage van straalverwarming als warmte. De ruimte voelt comfortabel aan terwijl de luchttemperatuur relatief laag is. Straalverwarming voorkomt ook dat oververwarmde lucht zich ophoopt onder het plafond. De gelijkmatige verticale verdeling van temperatuur alsmede de wat lagere luchttemperatuur dragen bij aan grote energiebesparingen. Straalverwarming gaat op een effectieve manier koude straling en koude tocht tegen bij bijvoorbeeld grote ramen.

Luchtverwarming

Verwarming met warme lucht werkt tegen transmissie- en ventilatieverliezen door de afgifte van opgewarmde lucht aan het gebouw. De warme lucht koelt af langs de buitenmuren door transmissieverliezen. Daarom moet de aanvoerluchttemperatuur hoger zijn dan de gewenste kamertemperatuur. Omdat de opgewarmde lucht lichter is en opstijgt in de ruimte, kunnen er grote temperatuurverschillen optreden tussen het plafond en de vloer.
  Soms kan het nodig zijn om de verschillen weg te nemen met behulp van bijv. plafondventilatoren.

 

Convectieverwarming

Bij convectieverwarming wordt warmte afgegeven aan de ruimte door de lucht op te warmen die langs hete oppervlakken, radiatoren of convectoren komt. De luchtstroom langs de radiator of convector wordt in stand gehouden door thermische stromen. De opgewarmde lucht stijgt op en wordt vervangen door koudere lucht. Er is sprake van rotatie, oftewel convectie, van de lucht.
   Koude tocht bij bijv. ramen wordt effectief tegengegaan door de stijgende stroom warme lucht als de warmtebron onder het raam wordt geplaatst.